Persmap - Karin Driegen

Publicaties

Publicatie gedicht Brugge Stadsgedichtenbundel 2019

 

Brugge

 

Kabbelende Reie strek uw armen naar de zee

vaar de kogge in het Zwin

Vlaamse Laken Engelse wol

open de beurs en versla

het beertje met ijzeren arm

Laden en lossen

Brugse zotten

 

Bourgondiërs drink uw gouden parels

draag uw kloskant Rosaline

slijp uw diamanten

eer uw schone kunsten

meester offer uw Lam Gods

Laden en lossen

Brugse zotten

 

Pauper in uw godshuis sluit de poorten

van het zodhuis voor de gesel Gods

Onze Lieve Vrouw

hef uw armen naar de hemel

en zucht

Laden en lossen

Brugse zotten

 

Huil, bidt, vecht en strijdt

in het slagveld van Europa

mysterieus patrimonium

dommel in maar rijs weer op

als een fleur-de-lis

Laden en lossen

Brugse zotten

 

 

 

Persbericht Groningerkrant.nl

75 Jaar Vrijheid: oorlogsroman met Gronings tintje

5 Maart 2020

GRONINGEN – In februari 2020 verscheen de oorlogs- en verzetsroman Waarom moet ik u tegen jou zeggen? van Karin Driegen.

Driegen schreef de psychologische roman als eerbetoon aan haar grootouders gedurende de Tweede Wereldoorlog. “Mijn oma kwam eind jaren twintig van de vorige eeuw als dienstmeisje naar Nederland”, vertelt Driegen. “Ze trouwde met mijn opa, een Nederlandse verzetsstrijder uit Nieuweschans, die vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog gefusilleerd werd door de nazi’s.”

Waarom moet ik u tegen jou zeggen?

Tegen de achtergrond Bad-Nieuweschans volgen we het huwelijk van een Nederlandse verzetsstrijder en een Duitse immigrante. Douwe vecht voor de vrijheid, terwijl Minnie alles op alles zet om hun gezin te voeden. Door haar afkomst wordt ze geconfronteerd met anti-Duitse sentimenten van haar dorpsgenoten en voelt zij zich alleen staan. Als ze haar man verdenkt van een verhouding met een koerierster, raakt ze vertwijfeld en wordt ze verteerd door jaloezie.

“In mijn boek zie je hoe mijn hoofdpersoon overeind blijft staan in een wereld vol met tegenslagen”, aldus Driegen. “Ik neem je mee langs de moeizame paden van een botsend huwelijk, via de onbegaanbare wegen van het verzet en de afgronden van verlies en verdriet naar de hoogvlakten van inzicht en empathie voor de lijdende mens.”

“Er bestaan veel boeken over de Tweede Wereldoorlog, maar naar mijn weten geen roman waarin een Duitse vrouw in bezet Nederland de hoofdrol speelt. Als nabestaande van oorlogslachtoffers wil ik, met mijn boek, de aandacht vestigen op de herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog en het vieren van onze vrijheid.”

75 Jaar Vrijheid

In 2019 en 2020 herdenken we het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog, 75 jaar geleden. Daarom is het volgens Driegen van groot belang dat we verhalen over het strijden voor de vrijheid en het lijden dat daarmee gepaard ging, doorgeven aan de volgende generaties. Dat kan via lesprogramma’s en tentoonstellingen, maar natuurlijk ook door het lezen van een oorlogsroman.

Waarom moet ik u tegen jou zeggen? is verschenen bij uitgeverij WKD en te bestellen via website karindriegen.nlboekenbestellen.nl en bij elke (online) boekhandel in Nederland en Vlaanderen.

Blog in schrijvenonline.org

Schrijven over de wortels van je bestaan

 

Wat maakt jou wie je bent? Wie waren die ouders en grootouders met hun oorlogstrauma’s? Waar haalden ze hun moed of juist hun lafheid vandaan? En waarom zwegen ze? 


Loop jij ook al geruime tijd rond met het idee om een verhaal over je familieverleden te schrijven? Om een goed verhaal over je ouders of grootouders te schrijven, moet je allereerst de trap bestijgen om op gelijke hoogte bij hen aan te schuiven. Verdiep je in hen. Maak van te voren een lijstje met relevante vragen. Heb je nog oude foto’s ergens in een doos op zolder? Neem ze mee! Doe het, nu ze nog leven! Of je vraagt hen schriftelijk antwoord te geven op jouw vragen. 

Maak ze onsterfelijk

Zijn je ouders of grootouders overleden en wil je ze toch onsterfelijk maken? Neem contact op met een oom of tante. Kijk eens in de online archieven om het een en ander te weten te komen over je familieverleden. 

Zelf liep ik maanden rond met het idee om een boek te schrijven over het turbulente leven van mijn grootouders. Ik nam contact op met de twee stokoude zussen van mijn overleden vader. Zij reageerden geestdriftig en schreven kladblokken vol met herinneringen aan hun ouders. Mijn boek begon opeens vorm te krijgen. Ik zag de hoofdstukken in gedachte al voor me. 

Fictie of non-fictie? 

Bij non-fictie moet je zeer nauwkeurig te werk gaan. Je wilt natuurlijk niet dat familieleden boos uitroepen: ‘Ho, ho, maar zo is het niet gegaan!’ Je zult het verhaal dus met uiterste precisie moeten componeren en rekening houden met het verantwoorden van data, personages en plaatsen. Dus past dat bij jouw karakter? Dan ben je op de goede weg.

Ik koos in eerste instantie voor non-fictie, maar viel bij het nalezen van mijn eigen werk zowat in slaap. Mijn familie zou er ongetwijfeld kritiek op hebben gehad. Het moest spannender! Nadat ik een interview met Arjen Lubach en Manon Uphoff las, veranderde ik van koers.

“Schrijvers mogen hun eigen leven – en dat van hun naasten – plunderen, ze móeten dat zelfs doen, om een waarachtig en authentiek kunstwerk te scheppen. Ze rijten hun ouders, broers en zussen dus schaamteloos uiteen, ze verdunnen ze, vergroten hun eigenaardigheden uit, mixen ze met elkaar en kneden ze vervolgens tot personages in hun romans.”

Daarna was ik niet meer te stuiten. Mijn teksten werden geschrapt, ik bedacht een plot, boetseerde mijn karakters alle kanten op, experimenteerde met de chronologie, probeerde te schrijven volgens de stelregel ‘show, don’t tell’, en gooide dat vervolgens ook weer overboord. Ik schakelde een schrijfcoach in en vroeg haar het geheel in de gaten te houden, maar ook: waar verslapt je aandacht? Waar zit je op het puntje van je stoel? 

Uiteindelijk werd er door een combinatie van fictie en non-fictie een roman geboren, gebaseerd op het leven van mijn grootouders in de Tweede Wereldoorlog. Waarom moet ik u tegen jou zeggen? is een roman over moed, onmacht, onbegrip, spijt en vergeving.

Over de auteur 

Karin Driegen (1961) studeerde kunstgeschiedenis aan de universiteit van Leiden en werkte in het onderwijs. Momenteel schrijft ze fulltime en woont aan de zuidkust van Engeland met haar man en twee dochters.

Haar roman verscheen in februari 2020 bij uitgeverij WKD en is te bestellen via haar website, via boekenbestellen.nl of bij elke (online) boekhandel in Nederland en Vlaanderen.

Stichting 'Vrienden van de Nieuwe Schans'

Info onderduikershol en herdenkingssteen

Nieuwsbrief maart 2020

Foto: plaats des onheils in Anloo.

 ”Als kleindochter van verzetsstrijder Jan Driegen, schreef ik, Karin Driegen, een roman, gebaseerd op het leven van mijn grootouders”.
De roman verscheen in februari 2020 bij uitgeverij WKD (eigen beheer) en is te bestellen via website: 

http://www.karindriegen.nl
of via:
boekenbestellen.nl
of bij elke (online) boekhandel in Nederland en Vlaanderen

Hebben we u een beetje kunnen overtuigen, dat dit boek, dat gedeeltelijk op een ”groot Schansker” gezin gebaseerd is, een ”must” is voor iedereen, die diep in zijn / haar hart een zwak heeft voor alles, wat met Nieuweschans te maken heeft?

 

Herdenk 75 jaar vrijheid met een boek op de bank

Publicatie op website Historisch Anloo 26 maart 2020

De Coronacrisis noodzaakte tot het afgelasten van (bijna) alle voorstellingen en evenementen, waaronder de activiteiten ter gelegenheid van 75 jaar vrijheid. Misschien kan een goedgekozen boek zoals de nieuwe uitgave van Karin Driegen dit enigszins vervangen.

Karin Driegen (www.karindriegen.nl) studeerde en gaf tekenles in Nederland voordat ze in 1995 naar Engeland verhuisde en tijd vond om te schrijven. In februari 2020 verscheen haar oorlogs- en verzetsroman Waarom moet ik u tegen jou zeggen?   Een roman over een huwelijk tussen een Nederlandse vetzetsstrijder en een Duitse immigrante tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Driegen schreef de psychologische roman als eerbetoon aan haar grootouders gedurende de Tweede Wereldoorlog. ‘Mijn oma kwam eind jaren twintig van de vorige eeuw als dienstmeisje naar Nederland’, vertelt Driegen. ‘Ze trouwde met mijn opa, een Nederlandse verzetsstrijder uit Nieuweschans, die vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog gefusilleerd werd door de nazi’s.’

Waarom moet ik u tegen jou zeggen? is een oproep aan de lezers tot mededogen en respect voor slachtoffers waar en in welke oorlog dan ook. Tegen de achtergrond van Bad-Nieuweschans volgen we het huwelijk van een Nederlandse verzetsstrijder en een Duitse immigrante. Douwe vecht voor de vrijheid, terwijl Minnie alles op alles zet om hun gezin te voeden. Door haar afkomst wordt ze geconfronteerd met anti-Duitse sentimenten van haar dorpsgenoten en voelt zij zich alleen staan. Als ze haar man verdenkt van een verhouding met een koerierster, raakt ze vertwijfeld en wordt ze verteerd door jaloezie.

‘In mijn boek zie je hoe mijn hoofdpersoon overeind blijft staan in een wereld vol met tegenslagen’, aldus Driegen. ‘Ik neem je mee langs de moeizame paden van een botsend huwelijk, via de onbegaanbare wegen van het verzet en de afgronden van verlies en verdriet naar de hoogvlakten van inzicht en empathie voor de lijdende mens.’

 

7 juli 2020 5e prijs Limnisa schrijfwedstrijd

Wortel schieten
Daar komt hij aan. Zodra hij zijn jas van de haak grijpt, komt het ding tevoorschijn. Mijn zoon weet precies hoe hij zijn voeten neer moet zetten; trage stappen, zodat het beeldscherm van zijn mobieltje amper beweegt. Hij hoeft niet op te kijken, want hij weet dat zijn mama achter het hek staat. Altijd op dezelfde plek, op korte afstand van de andere moeders.
‘Hoe was het, Karim?’
Ik til de boodschappentassen alvast op want Karim haalt, zoals gewoonlijk, zijn schouders op. Zwijgend lopen we naast elkaar langs de vijver, die aangelegd is om de flattenwijk iets natuurlijks te geven. De veren van de eendjes schitteren in de zon, maar Karim kijkt de andere kant op, naar de muur waarop in grote letters ‘Stay rude’ geschreven staat.
‘Mam, Kevin heeft een tattoo met ‘Stay rude’. Mag ik dat ook?’
Ik zucht en antwoord: ‘Als je achttien bent en de betekenis ervan begrijpt.’
Karim schreeuwt: ‘Dat weet ik nu al!’
Bij de lift zet ik de tassen op de grond, trek aan mijn knellende uniform, wrijf over mijn onderrug en bekijk de rode striemen in mijn handen. Ik doe dit expres. Het is een test. Hij zou zijn moeder even moeten helpen, maar kijkt alsof hij me verwijt dat ik niet op het liftknopje druk.
Dan doet hij het zelf wel. De liftdeuren openen onmiddellijk. Ik pak de tassen op en druk op nummer twaalf. We zoemen naar boven. Op de galerij passeren we een vrouw in joggingpak. Een kleuter met een speen in haar mond drentelt er achteraan. Uit het mobieltje, dat ze stevig met beide handjes omklemt, galmt een vrolijk deuntje.
Ik open de voordeur. De citroengeur van de wc-verfrisser waait ons tegemoet.
Terwijl Karim een Kitkat eet, pak ik de boodschappen uit. Ik trek het plastic van de komkommer, haal de appels uit hun zak en scheur de dozen van de pizza’s en de ijsjes af, want anders passen ze niet in het vriesvak.
Ik leg de radijsjes op tafel. Vanonder zijn lange wimpers kijkt Karim op en vraagt: ‘Mam, wat is dat?’
‘Radijsjes, hier’, ik reik hem er een aan. ‘Proef eens hoe lekker.’
Hij zet zijn tanden erin, trekt een vies gezicht en spuugt het uit op de tafel. ‘Bah! waar maken ze die troep?’
‘Dat maken ze niet, Karim, dat groeit!’
Ik draai me om. Hij mag mijn tranen niet zien. Leert hij dan helemaal niets op school? Dan kijk ik over mijn schouder. Hij is opgestaan en loopt naar zijn slaapkamer.
‘Huiswerk maken?’ roep ik.
De deur van zijn slaapkamer slaat met een klap dicht.
Kop op, denk ik, des te meer reden om mijn plan door te zetten.
Door het raam staar ik naar de andere flats. Aan zijn vader had Karim niets gehad. Die deugde niet. De blauwe plekken zijn inmiddels weggetrokken, maar de angst is nooit verdwenen.
Ik sluit mijn ogen.
Dan zie ik het blauw van de lucht en de vissersboten, het oranje van de visnetten en de sinaasappels en de gele djellaba van mijn vader. Ik ruik de sinaasappelbloesem en hoor de Azan. Op mijn hurken zit ik naast mijn moeder, broertjes en zussen voor ons huis met het golfplaatdak. Ik aai de magere kat. Kippen scharrelen om ons heen en het varken rolt in het opstuivende zand.
Ik had geen keuze. Mijn ouders hadden me vermoord als ze erachter waren gekomen dat ik zwanger was van een Europeaan. Van abortus had ik nog nooit gehoord.
 
We pakken bus 24. Karim stribbelde tegen, maar toen ik het over een verrassing had, ging hij mee.
‘Wat zit er in die tas?’ vraagt hij.
‘Zul je zo wel zien.’
Ik pak deze bus regelmatig, maar voor Karim is het nieuw. Eerst rijden we de flats voorbij, dan slingeren we door de wijk met elegante huizen; allemaal een voortuin met bloeiende struiken en bloemen.
Nogmaals check ik of de enveloppe wel in mijn tas zit.
Als we uitstappen zegt Karim: ‘Wat is dit? Wat valt hier nou te beleven?’
‘Even geduld! Morgen zit je met je vrienden in de achtbaan, vandaag doen we iets anders!’
We steken de weg over. Karim loopt landerig achter me aan onder de eikenbomen van het bospaadje. Fietsers in korte broeken passeren ons.
‘We zijn er bijna.’
De bomen houden plotseling op en dan kijken we uit over een veld met  heggetjes en voetpaden.
‘Een doolhof?’ Karim trapt een steen weg.
We slaan twee keer rechtsaf en dan linksaf.
Ik open het hekje, maak een weids armgebaar en zeg: ‘Ik weet dat je geen radijs lust, maar hier kun je zien hoe ze groeien. Je houdt van aardbeien, toch?’ 
Ik pluk een rijpe voor hem en zeg: ‘Van harte gefeliciteerd, mijn tienjarige zoon. Als je me helpt plukken, maken we straks een aardbeientaart.’
 ‘Hoe kom je nou opeens aan een tuin?’
‘Niet opeens, ik heb er hard aan gewerkt, Karim. Dit is jouw verrassing, jouw cadeau. Althans, dit is de helft van je cadeau.’
Ik haal het tuingereedschap uit de tas en overhandig hem mijn tuinhandschoenen.
We lopen langs de tomaten, de radijsjes, de bosui, de aardappels, de courgettes en de paksoi.
‘Wat is de andere helft dan?’
‘Nog even geduld!’
 In de kruidentuin laat ik Karim bieslook, tuinkers en rozemarijn proeven.
Dan kan ik niet langer wachten. Ik trek de enveloppe uit de tas en overhandig het zomaar aan mijn zoon, zonder enige plechtigheid.
Hij scheurt’ m open en haalt ze eruit.
Vliegtickets? Er verschijnt een brede glimlach op zijn gezicht. Naar Essaouira?
Ik trek hem naar me toe en geef hem een kus op zijn voorhoofd.
‘Karim, maak je even foto’s van de tuin? Het wordt hoog tijd dat je ziet waar ik opgegroeid ben. Waar mijn wortels liggen. Waarom ik ben, wie ik ben. Die foto’s mag je dan aan je opa en oma laten zien.’
 Wat zullen ze blij zijn om hun kleinzoon te ontmoeten en trots op hun dochter, die het gelukt is om op Nederlandse bodem wortel te schieten.
           
 
Scroll naar top